Aanmelden nieuwsbrief

Nieuws


27 juni 2022

Interview Vera Kemp

‘WE HOPEN INZICHT TE KRIJGEN IN WAT ER OP CELNIVEAU GEBEURT’
WELKE ROL SPEELT HET BINDWEEFSEL BIJ VIRO-IMMUNOTHERAPIE?

Het succes van behandelingen met oncolytische virussen is van veel factoren afhankelijk. Support Casper financiert verschillende onderzoeken die zich richten op de diverse aspecten van de werking van viro-immunotherapie bij alvleesklierkanker. Sinds 2021 ook dat van dr. Vera Kemp, die zich in het LUMC bezighoudt met de rol die bindweefselcellen (fibroblasten) spelen bij deze behandelingen: “Samen met mijn collega Aida Farshadi in het Erasmus MC onderzoek ik wat oncolytische virustherapie doet met fibroblasten. We doen dit in nauwe samenwerking met de groep van Luuk Hawinkels van de LUMC-afdeling MDLZ (Maag-, darm- en leverziekten). Welke typen van deze bindweefselcellen worden wel beïnvloed door de therapie en welke niet? Is het effect dat we zien gewenst en zo nee, hoe kunnen we dat dan moduleren?”

De aanwezigheid van veel fibroblasten in een tumor wordt geassocieerd met een slechte prognose voor de patiënt. Alvleesklierkankertumoren bestaan voor een groot deel uit bindweefsel, wat de behandeling lastig maakt. Vera: “Fibroblasten kunnen het de oncolytische virussen knap lastig maken om de tumor te bereiken. Daardoor kunnen de virussen hun werk niet doen, wordt het immuunsysteem niet aangewakkerd en de tumor niet opgeruimd. Maar omdat fibroblasten zo moeilijk doordringbaar zijn, kunnen ze tegelijkertijd ook helpen om de groei van de tumor in toom te houden. De virussen komen er moeilijk doorheen, maar de tumorcellen ook. Er zijn verschillende typen bindweefselcellen en met dit onderzoek willen we meer duidelijkheid krijgen over de fibroblasten die door een behandeling met een oncolytisch virus worden beïnvloed. Het zou natuurlijk mooi zijn als we een manier kunnen vinden om alleen impact te hebben op de cellen die de therapie in de weg zitten, terwijl de cellen die de tumor op zijn plek houden met rust worden gelaten. Ik werk samen met mijn collega in Rotterdam, zo kunnen we een grotere onderzoekspopulatie onder de loep nemen. We gebruiken de oncolytische virussen nu als tool om te ontdekken hoe de behandeling in verschillende situaties werkt. De ene tumor is de andere niet en daarnaast verschilt de werking van een therapie ook van patiënt tot patiënt. Het uiteindelijk doel is om de tumor weg te krijgen, inclusief de fibroblasten, maar dan wel op de best mogelijke manier.”


Kracht van het onderzoek

De grote kracht van dit onderzoek is dat er gebruik wordt gemaakt van kweekmodellen die precies zo werken als een echte tumor. Vera: “Dat is echt heel bijzonder. In zowel het LUMC als het Erasmus MC hebben we een grote biobank met patiëntmateriaal, zoals stukjes tumorweefsel en fibroblasten. Daarmee kunnen we een tumormodel maken dat heel erg lijkt op een echte tumor in die specifieke patiënt. Door deze modellen als basis van ons onderzoek te gebruiken, kunnen we vrij mechanistisch bekijken welke factoren belangrijk zijn voor het wel of niet aanslaan van de therapie. Ook werken we met multicellulaire minitumoren, dat zijn gekweekte alvleesklierkankercellen – de zogenaamde organoids – gecombineerd met fibroblasten van een patiënt. In het onderzoek gebruiken we verschillende oncolytische virussen, maar de focus ligt op het reovirus. Nadat we het virus toedienen, worden verschillende effecten geanalyseerd. Zo kijken we naar de ineffectiviteit van cellen, naar eventuele celdood en naar diverse immuunfactoren. Deze manier van onderzoeken geeft ons heel veel informatie over de interactie tussen de tumor en het omliggende bindweefsel. We weten al dat er grote verschillen zijn van patiënt tot patiënt, maar wat er precies gebeurt op celniveau is nog onduidelijk. Daar hopen wij meer inzicht in te krijgen, zodat we weten welke patiënten wel en welke patiënten geen baat hebben bij een bepaalde therapie. Zo kunnen we een meer op maat gemaakte behandeling bieden voor het best mogelijke resultaat.”


Zaken omdraaien

Uiteraard hopen de onderzoekers te zien dat een groot deel van de patiënten in de biobank gevoelig is voor één van de gebruikte virussen. Maar behalve het virus aanpassen aan de patiënt, is er ook nog een andere mogelijkheid. Vera: “We bekijken heel nauwkeurig welke factoren belangrijk zijn voor het aanslaan van een oncolytisch virus. Op basis van die kennis, kunnen we de zaken ook omdraaien. Er zijn manieren om patiënten gevoeliger te maken voor een virustherapie, waardoor deze wel effect zou kunnen hebben. Door op deze manier te moduleren ontstaat de mogelijkheid om meer mensen te behandelen, ook patiënten waarbij viro-immunotherapie anders niet zou werken. Als de therapie niet aan de patiënt kan worden aangepast, passen we de patiënt als het ware aan de therapie aan. Het onderzoek is pas net van start gegaan, maar we verwachten veel te leren. Door een nieuwe insteek en een nieuwe manier van kijken ontdek je toch het meest. Dat is erg interessant voor ons als onderzoekers en erg belangrijk voor mensen die te maken krijgen met alvleesklierkanker. Ik ben blij en trots dat we ons, met ons team, in kunnen zetten voor het vinden van een effectieve behandeling van deze ziekte. Fibroblasten kunnen ons ontzettend veel vertellen en daarom ben ik hoopvol dat dit onderzoek het genezen van alvleesklierkanker weer een stapje dichterbij brengt.”

Interview Vera Kemp