Lotte Bos

Lotte Bos

Ik ben Lotte Bos. Toen ik 8 jaar oud was, heb ik mijn vader Theo verloren aan alvleesklierkanker. Vaak vragen mensen of ik het me nog allemaal kan herinneren omdat ik zo jong was. Maar ik kan me alles echt nog precies voor de geest halen.

6 jaar was ik toen mijn vader last kreeg van buikklachten en voor onderzoek naar het ziekenhuis ging. Mijn ouders hebben het mij destijds niet gelijk verteld, omdat ze eerst zeker wilden weten dat de diagnose alvleesklierkanker was. In december 2011, drie dagen voor Kerstmis, kreeg mijn vader de diagnose met een levensverwachting van drie tot zes maanden. Mijn eerste reactie toen ik het nieuws hoorde was: “Papa, ga je dood?”. Mijn ouders zeiden dat niet te weten, maar wel dat papa zou gaan strijden. Hij zei: “Ik heb veel wedstrijden gewonnen door te knokken en dat ga ik nu ook doen”. Mijn ‘kinderleven’ stond vanaf dat moment op z’n kop. Ik voelde me ouder dan ik was en sloeg in mijn beleving een stukje jeugd over. Onbewust was ik bezig met het ziek zijn van papa. Iets waar je, zeker op die leeftijd, niet mee bezig wilt zijn.

Vanaf het stellen van de diagnose hebben wij, samen met mijn broer, zus en familie, nog zo veel mooie dingen gedaan. Papa fietste overal met mij heen: samen een ijsje halen en naar hockey. Op 31 maart 2012 zijn mijn ouders nog getrouwd; dat was een geweldig mooie dag.

Mijn vader was een echte voetbalman. Ze noemen hem ‘Mister Vitesse’, naar de club waar hij lang heeft gevoetbald en ook trainer-coach is geweest. In zijn laatste jaar heeft hij nog zoveel als hij kon opbrengen gedaan als trainer bij FC Dordrecht. In die tijd heeft hij zelfs nog een boek geschreven met Marcel van Roosmalen: ‘Het is zoals het is’. En zo was het ook. Papa noemde het feit dat hij alvleesklierkanker had “gewoon pech, een foutje in het DNA”. Papa was niet heel erg ziek. Hij was gezond, fit en mentaal heel erg sterk. Zo heeft hij in een interview eens gezegd: "Als ik niet wist wat ik weet, zou ik zeggen dat het goed met me gaat. Ik ga keihard knokken, zoals ik als voetballer altijd heb gedaan. Het wordt een heel zware strijd, maar ook dit potje wil ik winnen".

Prof. dr. Casper van Eijck was mijn vaders arts. Omdat zijn tumor in de alvleesklier met een belangrijk bloedvat vergroeid was, kon Casper hem niet meer opereren. Chemotherapie moest de tumor verkleinen. Casper heeft ons in die tijd zo goed geholpen. Hij legde alles heel duidelijk uit, ook in kindertaal aan mij; daar nam hij echt de tijd voor. Ik kreeg van hem ook een boekje waarin heel laagdrempelig werd uitgelegd wat er precies met mijn vader aan de hand was ‒ dat boekje heette ‘Chemo-Kasper’. Ik ben hem heel dankbaar dat hij er altijd voor ons was; tijdens de ziekte van mijn vader en daarna.

Mijn vader zei altijd “Ik ga alle statistieken verbeteren. Ik ga Lotte’s verjaardag nog meemaken”. Dat is hem gelukt; wij waren nog veertien hele mooie maanden samen. Papa overleed op 28 februari 2013. Op bepaalde momenten mis ik papa meer dan anders. Bijvoorbeeld op belangrijke momenten, om te willen weten hoe papa erin zou hebben gestaan of hoe trots hij op mij zou zijn geweest. Zo ook dit jaar, waarin ik eindexamen havo doe. Gelukkig kan ik er altijd goed met mijn moeder over praten.

Ik wil niet dat er ooit nog meer kinderen in mijn positie komen te staan. Dat ze zo jong hun vader of moeder aan alvleesklierkanker verliezen. Ik hoop op een snelle en goede behandeling voor de ziekte. Daarom is aandacht voor de ziekte en doneren voor baanbrekend onderzoek zo ontzettend belangrijk.