Ronald Dullemans

Ronald Dullemans

Ik ben Ronald Dullemans. 56 jaar, getrouwd met Cecile en vader van dochter Tessa en zoon Kas. Wij wonen in Rotterdam-Schiebroek. Op Tweede Paasdag 2019 liep ik ’s ochtends nog vijf kilometer hard met mijn Cecile en fietste ik ’s middags nog veertig kilometer op de racefiets met Tessa. Ik voelde me prima. De dagen daarna begon mijn oogwit naar geel te veranderen en gebeurde hetzelfde met mijn huidskleur, urine en ontlasting. Ik had overal jeuk en was bijzonder moe. Mijn zoon Kas, die Geneeskunde studeert en toen een studieblok over maag-darm-lever (MDL) en de alvleesklier volgde, adviseerde mij om direct langs de huisarts te gaan.

Met een potje urine, die inmiddels de kleur van cola had, ging ik naar de huisarts. Die vertrouwde het niet en stuurde me direct door naar de Spoedeisende Hulp van het IJsselland Ziekenhuis in Capelle aan de IJssel. Een ziekenhuis dat op het gebied van MDL goed staat aangeschreven en nauw contact heeft met het Erasmus Medisch Centrum. Dat vond ik heel belangrijk. In het ziekenhuis kreeg ik diverse bloedtesten, een echo en een CT-scan. Uit logistiek oogpunt moest ik in het ziekenhuis verblijven: de artsen wilden mij de volgende dag om 13:00 uur spreken.

In dat gesprek werd duidelijk dat er zich een tumor van vier cm in de kop van de alvleesklier bevond. De tumor drukte de galgang dicht die mijn geelzucht veroorzaakte. Op dat moment was nog onduidelijk in welk stadium de kanker zich bevond. Voor verder onderzoek werd ik naar het Erasmus Medisch Centrum doorverwezen. Als je die diagnose alvleesklierkanker krijgt, gaat dat gepaard met enorm veel onzekerheid. Een paar jaar eerder was ook een voetbalmaatje van mij aan dezelfde ziekte overleden. Ik wist dus dat het dodelijk is.

Ik wilde graag behandeld worden door prof. dr. Casper van Eijck, dé specialist op het gebied van alvleesklierkanker. Ik kende zijn daadkracht. We hebben er alles aan gedaan om op zijn netvlies te komen. Dat lukte gelukkig. De maandag na het vaststellen van de diagnose in het IJsselland Ziekenhuis werd de eerste afspraak bij Casper van Eijck bevestigd. Het rare is: die hele periode voelde ik me niet ziek maar begon er telkens slechter uit te zien.

Het eerste gesprek met Casper van Eijck gaf mij, ondanks de hele situatie, enorm veel vertrouwen. Hij stippelde een stappenplan van behandeling voor mij uit. Ik kon meedoen aan de PREOPANC-2-studie waarin werd onderzocht of het beter is om eerst behandeld te worden met chemotherapie en vervolgens te opereren. De standaard tot dat moment was om eerst te opereren. Zover kwam het echter niet. Mijn bloedwaarden zakten niet naar het gewenste niveau om veilig te starten met chemotherapie. Uit aanvullend onderzoek bleek de tumor door te groeien in mijn twaalfvingerige darm en zelfs een bloeding te veroorzaken.

Op een zondag heb ik Casper van Eijck een berichtje gestuurd om te zeggen dat het niet goed met me ging. Hij berichtte binnen een kwartier terug dat hij mij gelijk morgen graag op de polikliniek wilde zien. Toen wist ik nog niet dat hij van plan was mij met spoed te opereren. Hij zei: “Je hebt altijd sportief geleefd, hebt een goede conditie en bent verder gezond. Deze operatie kun jij prima aan”. Zo werd ik op 20 mei 2019 geopereerd, binnen een maand na de diagnose. Dat begint met een kijkoperatie, om na te gaan of je uitzaaiingen hebt. Als die er zijn, stopt de operatie. Gelukkig had ik geen zichtbare uitzaaiingen naar andere organen en kon het team van artsen de zogeheten Whipple-operatie voortzetten. Binnen een week na de operatie mocht ik naar huis, waarschijnlijk dankzij mijn goede conditie.

Na zes weken zijn we gestart met de chemotherapie. In totaal twaalf behandelingen van elk tweeënhalve dag, om de week. De eerste keer ging dat nog prima. Elke navolgende keer was zwaarder voor me. Ik voelde me beroerd. Had last van diarree, braken en was vaak erg moe. Vlak voor Kerstmis 2019 was het behandelplan ‘afgerond’. Ik was achttien kilo lichter en mijn conditie zo goed als kwijt. Toen ik die winter met ons gezin op wintersport ging, kwam er van skiën niet veel terecht. Door het verlies aan spierkracht was één uur skiën voor mij de limiet.

Om aan te sterken dacht ik er goed aan te doen om oncologische fysiotherapie te volgen. Hierbij lag de focus op krachttraining met spieraanmaak en niet zozeer op conditietraining. Echter verdween mijn moeheid niet. In september 2020 ben ik toen gestart met het herstelprogramma BioCheck: achttien weken lang, drie ochtenden per week conditietraining. Daar heb ik een enorme boost van gekregen en zo’n conditie opgebouwd dat ik in oktober 2021 zelfs een halve marathon heb kunnen lopen!

In november 2020 zag ik prof. dr. Casper van Eijck en zijn patiënte Mariëlle Saers op televisie. Zij vertelden in de 5 Uur Show over een positieve ontwikkeling in de behandeling van alvleesklierkanker: dendritische celtherapie. Ik vond dat interessant en heb contact opgenomen met het ziekenhuis om te vragen of ik ook in aanmerking kwam voor deelname aan dit onderzoek. In februari 2021 werd ik gebeld dat ik mee mocht doen. Inmiddels heb ik vier behandelingen gehad. In november 2021 staat mijn laatste behandeling op de planning. Ik ben positief en voel me goed, gezond en ervan overtuigd dat ik nog heel ver ga komen en deze ziekte zal overleven.

Tegenwoordig is de diagnose alvleesklierkanker nog een doodvonnis. Mijn wens is dat het een behandelbare ziekte wordt waarvan de overlevingskansen substantieel gaan verbeteren. Ik gun iedereen die er ooit mee te maken krijgt van harte de manier waarop ik er tot nu toe doorheen ben gerold.