Het ziekbed van mijn vader was zo vreselijk kort. Toen ik hoorde over het baanbrekende onderzoek van Casper, wist ik direct dat ik hier mijn steentje aan bij wilde dragen.

- Lars Boele -

Ik heb mijn man verloren in zes weken tijd omdat er geen behandeling is die werkt. Casper wil daar verandering in brengen!

- Astrid Joosten -

Bekijk de video 

De grootste kwaliteit van Casper is dat hij menselijk met zijn patiënten omgaat.

- René van der Gijp -

Nu moet het echt anders! Het lichaam ondersteunen om zelf alvleesklierkanker te verslaan: dat is volgens mij de toekomst.

- Casper van Eijck -

Ik ken Casper van mijn tijd bij Feyenoord en ben erg onder de indruk van zijn onderzoek naar innovatieve behandelmethoden tegen alvleesklierkanker

- Ronald Koeman -

Casper is bereid tegen de stroom in te zwemmen zodat hij levens kan redden. Ik ben erg onder de indruk van de manier waarop hij dat doet.

- Mark van Eeuwen -

Mijn vader heb ik verloren aan deze vreselijke ziekte. Ik steun Casper zodat andere mensen deze pijn bespaard kan blijven.

- Ellen Hoog -

Bekijk de video 

Meet our team! Prof. Rob Hoeben

Prof. Ron FouchierBinnen het LUMC onderzoekt promovenda Drs. Selas Bots sinds november 2017 hoe het Reovirus en Adenovirus ingezet kunnen worden als oncolytische virussen. Zij voert het onderzoek, waarbij gekeken wordt naar de productiemogelijkheden en werking van beide virussen, uit binnen het virus en stamcelbiologie laboratorium in Leiden, dat onder leiding staat van Prof. Rob Hoeben. Het onderzoek geeft niet alleen inzicht over de virussen, maar ook over de kankerbiologie van de tumor zelf.

Prof. Hoeben is hoogleraar genoverdracht, binnen de afdeling cel en chemische biologie. Prof. Hoeben richt zich in het bijzonder op de fundamentele aspecten van gen overdracht en maakt sinds het eerste uur deel uit van het OVIT team. “Ik ben verschrikkelijk blij dat wij -als biologen- met klinische groepen kunnen samenwerken, aangezien het de enige manier is om uiteindelijk iets naar de patiënten te krijgen. De afdeling tumor immunologie doet nu allerlei mooie proeven op hun vakgebied met onze virussen en dat geeft voor hen ook extra waarde aan de zaken die ze doen. Wij vinden het bovendien een heel belangrijk signaal dat er voor ons onderzoek veel support komt vanuit de patiënten.”, aldus Prof. Hoeben.

Het Reovirus heeft de intrinsieke capaciteit om kankercellen te doden, echter bleek uit studies ook dat er veel tumorcellen resistent zijn tegen dit virus. Van het Reovirus worden twee bio-geselecteerde virussen, waarbij virussen door selectie nieuwe ‘trucs’ leerden, onderzocht. Het gemuteerde Reovirus activeert relatief eenvoudig een nieuw celdoodmechanisme in de cellen. Het vermoeden bestaat daarom dat het oorspronkelijke virus een systeem bezit, wat voorkomt dat het celdoodmechanisme getriggerd wordt. In het nieuwe virus is dit systeem onwerkzaam geworden. Dit mechanisme biedt veel toepassingsmogelijkheden en willen we daarom goed begrijpen. Het Reovirus is een virus dat vrijwel alle mensen al een keer geïnfecteerd heeft. Dit betekent dat vele van ons antilichamen in het immuunsysteem hebben voor het virus. We weten nog niet precies wat de gevolgen zijn van deze immuniteit en hoe dit van persoon tot persoon verschilt. Op dit moment houdt Selas zich voornamelijk bezig met fundamenteel moleculair onderzoek naar ‘hoe werkt het precies in de cel?’. Deze inzichten zullen bepalen welke variant van het Reovirus we naar de patiënt gaan brengen. Daarnaast produceert ze veel van de virussen die door de groepen met wie we samenwerken wordt gebruikt.

Uitwerpselen van apen worden gebruikt voor het verkrijgen van nieuwe Adenovirussen. Mensen zijn nooit aan blootgesteld aan apenvirussen, dus de hoop bestaat dat we hier geen immuniteit tegen hebben. Het menselijke adenovirus is reeds veelvuldig in de kliniek gebruikt, waardoor er veel informatie over beschikbaar is. Ook hierbij wordt gekeken wat de effecten van het virus zijn op de tumorcellen.

Zodra de virusfaciliteit in het Erasmus MC van start gaat, houdt het werk van de biologen niet op voor beide virussen. Het onderzoek blijft constant in ontwikkeling. Vanuit het LUMC kan er over zo’n driekwartjaar begonnen worden met de productie van het eerste virus. Momenteel worden kritische assays opgesteld, waarbij wordt gekeken of het virus dat beschikbaar is ook overeenkomt met het virus dat ons in eerste instantie voor ogen stond voor dit onderzoek. De biologische veiligheid en de milieurisico evaluatie van het virus staan hierbij voorop. Daarnaast speelt uiteraard de patiëntveiligheid een rol, hiervoor is echter een systeem beschikbaar waarmee de verwachtingen goed geschetst kunnen worden.

“Ik hoop dat we binnen een paar jaar van start gaan met klinische onderzoeken met deze oncolytische virussen. Over vijf jaar is de informatie van deze studies beschikbaar en hiermee kunnen we de virussen nog verder ontwikkelen, om zodoende te komen tot de beste combinatietherapie voor een specifieke patiënt”, aldus Selas Bots.

Prof Hoeben: “Ik zou graag bovenstaande willen aanvullen. Wat ik ontzettend belangrijk vind is dat we tegen die tijd onze eigen virussen in de kliniek hebben gebracht. Als onderzoekers hebben we zo het gehele proces in de hand, met alle bijbehorende eigenschappen die we goed kunnen documenteren. Over zo’n 8 jaar zouden we het, in combinatie met andere behandelingsmethoden, moeten kunnen toedienen. En in de verre toekomst kan ons materiaal natuurlijk voor veel meer doeleinden gebruikt worden!”